Z van Zwendel

Tussen Hoorrun en Delluft rijdt geen trein. Dat is terecht. Als dat namelijk wel zo was, zou men na elke halte omroepen dat dit de (stop)trein is van Hoorrun naar Delluft, met als eindstation Delluft (of Hoorrun, als men teruggaat). De passagiers die van niks naar nergens reizen, kijken elkaar verdwaasd aan: waar of dat Delluft (of Hoorrun) ligt, terwijl men toch echt graag zou uitstappen op Delft (Centraal, want Zuid is te erg – qua lelijkste plek om te zijn, te komen of te gaan).

Taal leeft en dat is een plezierig iets. Niemand zal nog koffij schrijven als we het hebben over koffie, tenzij er een samenvatting van de Max Havelaar wordt gemaakt of men nog uit de 19e stamt. Het eerste is reeds lang uitgestorven op de middelbare school – te dik, te moeilijk -  het tweede is in de voortschrijdende tijd en vanwege het feit dat de mens technisch gezien een houdbaarheid heeft van om en bij 100, niet plausibel.

Taal leeft en dus verandert taal. Dat mag evenzeer als het moet. Was het niet zo, hadden we geen nutteloze studies als middeleeuwse letterkunde hebben hoeven ontwikkelen. Was taal dood, dan had geen schrijver nog de pen hoeven pakken om stappen in het duister te zetten en te vorsen. WAs taal dood, moesten we vrezen dat onze bouwwerken vanzelf in het ongerede raken – verruiineren. De samenleving zou imploderen en de zee greep ons land. Einde.

Niet, want taal leeft. En dat het leeft ontlokt de kreet ‘dat zij leve,’ zonder het predikaat koninklijk te ambieren. Dat zou niet alleen gotspiaans zijn, maar ook het feit dat die taal leeft, het te kort doen. Afgewezen.

Maar als taal leeft, betekent dat nog niet dat ik potentieel verdwaler moet zijn. Gisteren is niet gistere en op mijn korte reis naar Delft hoef ik niet naar Delluft. Ik smaak gulzig elke nieuwheid, maar houd vast aan ijzeren wetten van spraak die ertoe doen. Basiszoeken in de norm, om vandaaruit de reis te aanvaarden. Zoiets.

Dus kom bij mij niet aan met het feit dat je een C en een Z gewoon als een S moet mogen kunnen uitspreken, ongeacht uit welke regio je van oorsprongt. Als zelfs Limburgse deernen aanspreken op het feit dat Westens dienaangaand falend uithalen, is de klepel om!

Oproep tot Hilversum luidt dan ook: respecteer zolang als nodig de letteruitspraak die van belang is en slik geen NNN in wanneer er geen mes op de keel is gezet dat zulks vergt. Blijf ik gewoon een Z in de sneeuw pissen. Zonder reden, maar gewoon omdat ik het kan.

10 May 2012
By on 12:39
Toegave 1.0

Wat geweten moest worden en vermoed, is eindelijk op schrift vastgelegd en derhalve vatbaar voor juridische gevolg. Door een van hen, door een van jullie. Door de mand vallen, is gevallen. En dwars zit het, dubbel en.

Waarom, wat? Welnu, ons laafbaar willen stellen aan kaas is geen vrije wil, maar een oerdrift die genadeloos is vastgeniet op een plek waar deze onlosmakelijk en onbereikbaar voor losmaken als zodanig is. Willen we ervan af, kunnen we dat niet. Dus blijft de optie open om te willen kaashappen, -knagen, veroveren. Gulzend. Geen keus hebbend anders dan te moeten. Alles voor de soort en de instandhouding zulks, want zo leuk is dat allemaal ook weer niet.

Slechts ruimte voor een laatste hoopgevende gedachte als de keurblik weer langs rokstof neerdaalt tot de enkel, van top af. Weten dat wordt geweten wat wordt geweten, is de bres die in het pantser moet geslagen. Anders gezegd, is dubbele ontkenning geen.

Het codewoord is kaas. Ook na vandaag.

 

8 May 2012
By on 20:22
Regenjas met wielen

 

Zelden zie je ze nog, de opgeblazen vierwielers die brommend in de file stonden. Maar oh, wat had mams fijn zicht over hetgeen voor de auto voor haar gebeurde. Zo ongeveer luidde de USP van de SUV. Veiligheid was ineens het heikele punt waar elke Kadett of 205 op voorhand op werd afgekeurd. De labrador achter het hek immers, moest kost wat kost veilig naar het uitlaatveldje in het bos gebracht kunnen worden, nadat de kids de tennisles op waren afgezet.
De SUV zoop, dat wel. Maar indertijd was de euro nog statistiek gezien een klinkende munt, waar deze momenteel van de glimmende zijkant zowat afscheid heeft weten te nemen. Ja de Grieken. Men keek dus niet op een litertje aan de pomp, met bomen die tot in de hemel groeien, hoef je voor het milieu geen rekenschap af te leggen.
Maar plots stokte de machinerie die kapitaaleconomie heet en waren kommer en kwel de nieuwe norm. Elke liter die nu door de pistoolgreep van de pomp in de slurf naar de tank werd uitgeknepen, werd gevoeld in de aldoor verschralende portemonnee. Plots waren de handdoeken van de firma Schelp niet meer gewild en de vrije bijen van die andere loodgigant mocht men ook steken daar waar het daglicht zelden verschijnt. Om maar niet te spreken van de zegeltjes uit Koeweit. Dikke tong! Nee, zuinigheid nu en vandaag was het nieuwe adagium.
Nu kun je een paar opties uitvoeren, waarbij de keuze viel op meer kilometers per strekkende liter. Dat betekende dus ook dat de ooit zo zwaarbevochten en hooglijk gewaardeerde SUV’s zwaar afgeprijsd naar het tweedehands circuit dreigden te verschroten. Hoe simpel de consument afscheid neemt van het consumptiegoed. Hoor je ineens geen enkele sherryslurper nog over veiligheid.
Plots waren de 500’tjes, de Lupo’s, de eennulnogwats en de Japanse kilometervreters niet meer aan te slepen. Elk aangeprezen met de slogan waarbij er vanuit ’s Rijks incasso nog maar veertien procent wordt bijopgeteld.
Het heeft dus zin de onwilligen in de beurs te knijpen. Hij of zij gaat dan het gewenste gedrag vertonen. Stoppen met roken bij een tientje per pakje, het niet meer ziek zijn bij een eigen risico van 400 spijkerharde euro’s in het jaar en een auto die pas de weg op mag bij 1 op 20. Minimaal.
Waar je echter niets over hoort, is dat je ook gewoon minder kan rijden. Het Larootje uit ’75 van scribent dezes op de plaats rust, smaakt een liter op elke vierduizend meter. Het is een soort zelfrijdtaxi, qua aftikken. En met de huidige bijna twee euro voor een beetje krachtvocht, is er vervolgens geen enkel beletsel om wat vaker de fiets te pakken. Ook al staat de 2.0-Audi er strak naast.
Want uiteindelijk is dat de enige oplossing; pedaalkracht.

 

7 May 2012
By on 19:52
Oorverdovend

Op het moment dat de hamer neerdaalt, weet je dat het te laat is. Verkocht. Voor 120 miljoen, afgerond. Nu is de euro de euro niet meer, maar het blijft een boel geld waar de bank graag een stevig onderpand voor wil terugzien. Meer dan wat krijt op een kartonnetje waar er ook nog eens vier van zijn gemaakt.

Die schreeuw van Munch, is ook vast die van verbazing over zoveel geld. Ervan uitgaande dat iemand een keer of vijf zijn jaarsalaris mag lenen – het hebbend over een standaardhypotheek – zit je toch al gauw aan de 24 miljoen op jaarbasis. Bruto, maar dan nog.

Maar goed, na de hamerslag is ‘ie van jou. Of er een papiertje omheen moet of dat je ‘m zo meeneemt. Ik zou opteren voor luchtkussenfolie. Heb je thuis nog wat te knallen als het schilderijtje met vier buddies aan de muur is bevestigd.

Maar een wonderlijk ding heb je er wel mee gekocht. Gezegd dat er vier van zijn, is er al en die drie broertjes hangen in Oslo-city. Moet je dus wel eventjes voor tienertoeren voordat je die bekeken hebt. Maar goed, van de zonnebloemen van Van Gogh zijn er ook x gemaakt, dus het is geen schande als je kwartet oncompleet is.

Wat mij wel zorgen baart, is hoe het model er vanaf is gekomen. Heeft betrokkene vier keer moeten zitten tot de kramp in de kaken schoot of was het eenmalig? En dan nog: hoe lang duurt het voordat Munch was uitgekrijt? Uurtje? Twee? Ga maar eens vijf minuten in deze kaakkramp met de vlerken langs de jukbeenderen zitten grootogen. Kost je een forse tube SRL-gelei om dat weer een beetje in het gareel te krijgen en een uurtje stoombad om de ogen weer in de natuurlijke positie te krijgen. Kun je toch maar beter voor Da Vinci mysterieus glimlachen, lijkt mij.

Maar daar hoor je dan niemand over.

6 May 2012
By on 19:23
Niets als de zon

Koekhappend Nederland keek alweer reikhalzend uit naar die ene dag waarop dronkenschap en oranjekleuring elkaar in volstrekte harmonie treffen.

Potwerpend Nederland wist zich goed voorbereid op een dag vol feestelijk smijtwerk, waarvan de koninklijke goedkeuring voor één dag was gegarandeerd. Men waste de handen in Glorix.

Handwuivend Nederland verdrong zich fors. Ja zo fors dat de spijlen van de drangheken in het vel lelijke plekken veroorzaakten. Doorheen de pantalon of plisérok

Schelschreiend Nederland deed qua kleuters een behoorlijke duit in het zakje om een in wezen overbodig lied nog overbodiger te laten klinken. Zelfs zo dat in de brij van uitgespuugde tekst niets meer was te ontwaren dat op Nederlands leek dat al sinds de ineenstorting van de eeuwige Zwijger zich ontwikkelde tot gemeengoed.

Maar het meest tot de verbeelding sprak zich weerkijkend Nederland uit over Majesteits macht. Niet alleen is het zo dat zij het land in een ijzeren greep heeft die men haar – omdat zij het schijnbaar zo goed doet, maar vooral handig weet te verkopen – direct vergeeft. Nee, ook over voor de eerzame burger volstrekt onbeïnvloedbare omstandigheden heeft zij de totale regie.

Heel april was het koud, guur en regenachtig en ook voor mei ziet het er vooralsnog beroerd uit. Maar net op 30 april brandde de zon lelijk de voor de winter beschermde witte velletjes tot kreeftrood. Majesteit heeft zoveel invloed, dat zij zelfs het weer weet te controleren.

En daar heb ik dan uiteindelijk wel respect voor.

2 May 2012
By on 14:18
Geschiedenis als grabbelton

Gebrek aan een stevige huisstijl kon je de deelnemers aan het toenmalige Derde Rijk niet ontzeggen. Martiale plaatjes, forsgevleugelde adelaars en een zeer herkenbaar kenmerkend uitroepteken zorgden voor een in heel Europa herkenbaar beeld. En dit was niet positief. Verwoesting van openbaar en privaat bezit, wreedheden jegens bevolkingsgroepen en andersgezinden en langdurige bezetting van andermans eigendom zorgden ervoor dat het enthousiasme voor dat rijk uiteindelijk behoorlijk klein was. Een volkomen terecht gevolg van zoveel agressief expansiegedrag.

Wel, hier wringt klaarblijkelijk de schoen. Wat van het Derde Rijk overbleef, is uiteindelijk helemaal niks. Recht en goede hebben uiteindelijk gezegevierd en alles wat deed denken aan deze duistere periode werd opgeborgen, afgebroken of weggepoetst.

In Italië gaat men heel anders om met het verleden. Wellicht wel zo handig in een land dat met wreedheden en misplaatste agressie al duizenden jaren weet te vullen. Is het niet een Romeins dictator uit het begin van de jaartelling, is het wel een krijgslustige paus (strikt genomen geen Italië, maar wel onderdeel van de zogenoemde Laars) of een zwartgehemde uit de jaren ’22 tot ’45. Maar van alle voornoemden zijn de exponenten nog steeds zichtbaar. Marcus Aurelius zit nog op zijn paard, de pausen worden op de vierkante kilometer Vaticaanstad bevoetstukt en Mussolini is nog overal op obelisken en andere protserigheden te bekijken.

Is dat erg? Neen, volstrekt niet. Een verleden is er om te koesteren, hoe duister ook. Koesteren moet dan niet worden verward met verheerlijkt, want hiervan kan geen sprake zijn, maar iets wat is gebeurd, is gebeurd en moet bekeken kunnen worden. Om van te leren, om rekenschap te verkrijgen en vooral omdat het geschiedenis is. Zouden we alle dwaasheden des mensheids moeten verwijderen, kunnen we alles tot gisteren wegbeitelen. Geen beginnen aan. Pyramide van Austerlitz? Weg ermee. Bronzen Leeuw van Waterloo? Weg ermee. Lord Nelson? Foetsie. Want wat goed is in de ogen van de ene, wordt vertoornt door de ander.

Zo zijn wij in Nederland in staat gebleken om aan het standbeeld van Tromp een bordje te spijkeren dat het heel geen lieverdje was. Als dat norm wordt, kunnen we menig beeld of schilderij gaan connoteren. Is pas ook gebeurd omdat er iemand uit een ander land waar met de waarheid nog wel eens wordt gesjoemeld en waar mensenrechten geen plek in de plaatselijke handboeken heeft, op bezoek kwam en die zou wel eens kunnen denken dat wij een spotprent uit de 17e eeuw als idee steunen. Hup, connoteren.

Welaan, dat brengt mij bij het spoorwegmuseum in Neurenberg – van alle plaatsen – waar bovenstaande foto is geschoten van een adelaar op een locomotief van de Deutsche Reichsbahn uit de eerder genoemde duistere periode. Met een potsierlijk onterend stukje hout wordt hier de grabbelton die geschiedenis heet, eer aangedaan.

In de slechte zin van het woord.

 

27 April 2012
By on 14:11
Na de winterstop

Groots was de terugkeer van Cruijff op de Hollandsche velden. We schrijven 1981 en we zagen een niet-marginaal doelpunt. Groots ook waren de daden van Piet Hein – die van het zilver en niet die van de fiets – al was zijn naam slechts klein. En niet minder groots was de wederopstanding van het Koninkrijk der Nederlanden na het lachtertje van de Tiendaagse Veldtocht. Invloed moet zijn.

Wel, in deze opsomming misstaat de wonderlijke terugkeer van het weblog van scribent dezes zeker niet. Maanden bracht hij door in het teken van 140 karakters, langs welke weg een tweet werd gecomponeerd en wereldkundig gemaakt. Leverde veel volglezers op en wordt ook zeker niet langs de kant van de weg gezet. Daarnaast waren de nachten voor waakdromen van taartschepperij, tomaatsoep en meters kaas en de dagen vulden zich met ledigheid in algemene zin.

Een uitvlucht was langere tijd het volstrekt ontbreken van wat men software noemt die de aanbieder van de gratis website webstreepjelog, thans weblog, wist te veroorzaken. Had alles te maken met migratie, een thema dat landelijk aandacht kent, maar vaak misinterpretatie met zich meebrengt. Nu dat al weer enige tijd achterweegs is en de pen weer geslepen is, staat niets een grootse comeback in de weg, wetende dat doordebomenhetbos werd gemist. Lezers die in die richting namelijk om informatie pleitten, kregen telkens te horen dat het eraan zat te komen. Welnu, eraan is hier. Vanaf vandaag en meer.

25 April 2012
By on 15:00
Nader dan het lachen

20031125elpepidep_4_I_LBW Als je geen fatsoenlijk woord kunt uitbrengen, maar wel als een halve autist gedurende de kwalitatief beruchte uren van de dag een bal tegen een garagedeur kunt trappen – keer op keer – is de kans groot dat je binnen een paar jaar in een veel te grote SUV mag rondrijden. Gefeliciteerd, je bent officieel zwakzinnig en profvoetballer. Als je ook nog geluk hebt, ben je continent, voor twee keer drie kwartier.

Ik zou je mijn post nog niet laten bezorgen, ik zou je mijn boodschappen niet laten afrekeken, nee ik zou je zelfs niet mijn openbaarvervoersmiddelen laten besturen. Zelfs geen tram.

Voetballer zijn. Het is vast een roeping, of een primaire prikkel voortkomend uit instinct. Het is zeker geen pasklare oplossing voor iedereen die uit het vmbo dreigt te rollen. Zoveel vacatures voor centrale verdediger bij NAC, NEC of PEC zijn er ook weer niet.

Dat zou allemaal niet zo erg zijn, als ons de zendtijd er niet volledig mee werd gevuld, publiek en elders. Avond aan avond het spelen van het spelletje, dat met de dag oninteressanter wordt. En op de avonden dat er niet wordt gespeeld, gaan enkele woordelijk wel begaafden (redelijk tot goed) achter de tafel van discussie erover bomen en grappen en trachten elkaar vliegen af te vangen.

Toegegeven, een slepende solo van 40 meter met als resultaat een punt op het bord, is puur vermaak. Een mooie sliding van Van Hanegem, een hakballetje zoals Madjer, een omhaal van Van Basten; geboetseerde momenten in een collectief geheugen.

Maar wat nu als de speler die een bal over de juiste kalklijn weet te prutsen? Dan wordt er in de schedel, daar waar de gekneusde hersenen van te veel kopballen huizen, gezorgd voor een gevalletje system overload, waardoor producent dezes plots rare bewegingen door de doorontwikkelde spiergroepen laat uitvoeren. Men noemt dit juichen. Voorvoorgaande zin zal de voetballer niks zeggen, juichen als werkwoord wel. Hopelijk.

Dat juichen wordt met de dag gekker. Dit weekend pakte een doelpuntmaker de camera van een fotograaf af, die dicht op de achterlijn zit en hoopt op een wonderkiek, om vervolgens het publiek te gaan fotograferen. Van gekker naar gek.

We hadden al de duimen van Kezman, de strippende Obiku, de plassende hondjes bij de cornervlag, het nagebootste pleebezoek, de vurende spits, de pijl en boog enscenerende raakkopper, de sambadansende en babywiegende Brazilianen en de cokebsnoven Pluisje.

Het wordt met de dag gekker. En mekaar maar nadoen; T-shirtje voor Jezus, kruisjes voor elk wils, hartvormige handjes, wijzen naar de wolkjes en andere hiernamaalse symboliek. Potsierlijk en verbiedenswaardig.

Sowieso zijn alle verwijzingen naar een voorzienigheid in teamsporten wereldvreemd. Wat nu als je als twee voetbalteams jezelf tot hogere machten wendt? Er kan er maar eentje winnen, waarmee het bewijs per definitie is geleverd van het ontbreken van die macht. Of is dat voor een voetballer iets te moeilijk te begrijpen?

22 August 2011
By on 21:58
Niet boven Vermont

Moon, 2011 (c) misha de ridder, courtesy galerie juliette jongma amsterdam_TopCarousselLandscape Waar kunst als expressievorm de cirkel dreigt te gaan sluiten, is de rek eruit, is het af, over en uit. In de muziek zien we dat geregeld, in het boek nadert dit punt en bij de fotografie is het sinds afgelopen vrijdag volgens mijn visie gerealiseerd. We kunnen op zoek naar iets nieuws.

Alles bekijken en dan terugkeren naar datgene dat je het meest raakt, betekent dat het kunstobject waar dit voor gold daadwerkelijk doet waar het voor is bedoeld. Je zou het een schot in de roos kunnen noemen.

Waarom het zo treft, behoeft niet altijd te worden geanalyseerd. Daar gaat kunst te vaak aan onder en het maakt kunst te elitair. Gewoon kijken en genieten, zou voldoende moeten zijn.

De foto 'Maan'  is een foto van een maan. Zo simpel kan het zijn. Het is de maan boven een koude Noorse winternacht, want donker. Het is koud want sneeuw. Het is volle maan en helder, dus snerpend.

En daar staat de maan ferm en helder in het midden van de foto, met op de guldensnedelijn de horizon. Keurig uitgelijnd, niet verrassend, kloppend. Voor ons, op het water liggen de strepen licht die reflecteren op de voorzichtige golven. Hier en daar is een lichtpunt te zien van huis, auto of vuurtoren. Het maakt niet uit.

Maar waarom nu intrigeert deze foto? Omdat het een schilderij lijkt. Dat komt door het vloeiende, bijna geschilderde licht van de horizonlijn in sneeuw. Nog meer komt het door de lijntjes maneschijn op het water. Als je het zou schilderen, moet je het zo doen. streepje voor streepje, tot het licht dooft, voor je voeten.

Het is zo mooi en zo sereen gefotografeerd en zo mooi georkestreerd, dat je zou zweren dat het een schilderij is. En daar waar fotografie terugkeert bij waar het uit voortkomt, is de cirkel rond. Daar hoeven we geen conclusies aan te verbinden, hooguit dat fotografie af is. 

Dat is echter geen advies aan Misha de Ridder. Hem adviseren we vooral door te gaan met zijn 'schilderwerk', ik kom graag kijken. 

Kan nog een week, in FOAM in Amsterdam.

21 August 2011
By on 14:26
Gewetenloos grijpgraag gajes

Redactielokaal-van-nova Met krachtige windstoten en stevige slagregens omploegde de voorzienigheid het veld van muziek in Hasseltse venen. Het vluchten voor leven was niet voor elk even succesvol, de helaasheid gebiedt te zeggen dat er te veel zerkteksten gebeiteld moeten. Vijf nu.

Krachtige windstoot deed plots werk. Zo plots, dat niemand hier werkelijk op voorbereid kon zijn, laten we het een wrange speling van het lot noemen. Die treft soms. En vaak is dat een gruwelijk voorval dat lang blijft hangen, hoe dichter bij.

Maar niet iedereen ziet het kniezen, het reflecteren, het rouwen direct zitten. Op het moment dat het Pukkelpopse slagveld, geheel verlaten, maar een beetje herbegaanbaar was, stonden ze alweer klaar. De kraaien, de aasgieren, al hebben deze dieren nog enig recht van handelen; de natuur.

Pukkelpopse achtergelaten tentjes waren niet veilig voor hen die uit zijn op snelle buit. het leegroven van de stoffen iglootjes – voor zover deze nog stonden – was een te mooie buit om te laten lopen. Rampcriminelen sloegen direct toe. De velden koud verlaten, de rampplek nog niet geruimd en daar gingen ze.  

Wat ik mij dan afvraag, is hoe zoiets aan de keukentafel wordt besproken: 'Komaan, we moeten nu snel gaan voor de beste spijkerbroeken, de halve flessen wodka en MP3-spelertjes als weg zijn. Wat? Vijf doden? Kan mij het schelen. Ik moet snel mijn kapitaal bij elkaar vergaren. Hier en nu.' 

Zieke geesten heb je, houd je. Maar wat nu als daar een gradatie in dreigt te ontstaan?

20 August 2011
By on 13:07