Nader dan het lachen

20031125elpepidep_4_I_LBW Als je geen fatsoenlijk woord kunt uitbrengen, maar wel als een halve autist gedurende de kwalitatief beruchte uren van de dag een bal tegen een garagedeur kunt trappen – keer op keer – is de kans groot dat je binnen een paar jaar in een veel te grote SUV mag rondrijden. Gefeliciteerd, je bent officieel zwakzinnig en profvoetballer. Als je ook nog geluk hebt, ben je continent, voor twee keer drie kwartier.

Ik zou je mijn post nog niet laten bezorgen, ik zou je mijn boodschappen niet laten afrekeken, nee ik zou je zelfs niet mijn openbaarvervoersmiddelen laten besturen. Zelfs geen tram.

Voetballer zijn. Het is vast een roeping, of een primaire prikkel voortkomend uit instinct. Het is zeker geen pasklare oplossing voor iedereen die uit het vmbo dreigt te rollen. Zoveel vacatures voor centrale verdediger bij NAC, NEC of PEC zijn er ook weer niet.

Dat zou allemaal niet zo erg zijn, als ons de zendtijd er niet volledig mee werd gevuld, publiek en elders. Avond aan avond het spelen van het spelletje, dat met de dag oninteressanter wordt. En op de avonden dat er niet wordt gespeeld, gaan enkele woordelijk wel begaafden (redelijk tot goed) achter de tafel van discussie erover bomen en grappen en trachten elkaar vliegen af te vangen.

Toegegeven, een slepende solo van 40 meter met als resultaat een punt op het bord, is puur vermaak. Een mooie sliding van Van Hanegem, een hakballetje zoals Madjer, een omhaal van Van Basten; geboetseerde momenten in een collectief geheugen.

Maar wat nu als de speler die een bal over de juiste kalklijn weet te prutsen? Dan wordt er in de schedel, daar waar de gekneusde hersenen van te veel kopballen huizen, gezorgd voor een gevalletje system overload, waardoor producent dezes plots rare bewegingen door de doorontwikkelde spiergroepen laat uitvoeren. Men noemt dit juichen. Voorvoorgaande zin zal de voetballer niks zeggen, juichen als werkwoord wel. Hopelijk.

Dat juichen wordt met de dag gekker. Dit weekend pakte een doelpuntmaker de camera van een fotograaf af, die dicht op de achterlijn zit en hoopt op een wonderkiek, om vervolgens het publiek te gaan fotograferen. Van gekker naar gek.

We hadden al de duimen van Kezman, de strippende Obiku, de plassende hondjes bij de cornervlag, het nagebootste pleebezoek, de vurende spits, de pijl en boog enscenerende raakkopper, de sambadansende en babywiegende Brazilianen en de cokebsnoven Pluisje.

Het wordt met de dag gekker. En mekaar maar nadoen; T-shirtje voor Jezus, kruisjes voor elk wils, hartvormige handjes, wijzen naar de wolkjes en andere hiernamaalse symboliek. Potsierlijk en verbiedenswaardig.

Sowieso zijn alle verwijzingen naar een voorzienigheid in teamsporten wereldvreemd. Wat nu als je als twee voetbalteams jezelf tot hogere machten wendt? Er kan er maar eentje winnen, waarmee het bewijs per definitie is geleverd van het ontbreken van die macht. Of is dat voor een voetballer iets te moeilijk te begrijpen?

22 August 2011
By on 21:58
Niet boven Vermont

Moon, 2011 (c) misha de ridder, courtesy galerie juliette jongma amsterdam_TopCarousselLandscape Waar kunst als expressievorm de cirkel dreigt te gaan sluiten, is de rek eruit, is het af, over en uit. In de muziek zien we dat geregeld, in het boek nadert dit punt en bij de fotografie is het sinds afgelopen vrijdag volgens mijn visie gerealiseerd. We kunnen op zoek naar iets nieuws.

Alles bekijken en dan terugkeren naar datgene dat je het meest raakt, betekent dat het kunstobject waar dit voor gold daadwerkelijk doet waar het voor is bedoeld. Je zou het een schot in de roos kunnen noemen.

Waarom het zo treft, behoeft niet altijd te worden geanalyseerd. Daar gaat kunst te vaak aan onder en het maakt kunst te elitair. Gewoon kijken en genieten, zou voldoende moeten zijn.

De foto 'Maan'  is een foto van een maan. Zo simpel kan het zijn. Het is de maan boven een koude Noorse winternacht, want donker. Het is koud want sneeuw. Het is volle maan en helder, dus snerpend.

En daar staat de maan ferm en helder in het midden van de foto, met op de guldensnedelijn de horizon. Keurig uitgelijnd, niet verrassend, kloppend. Voor ons, op het water liggen de strepen licht die reflecteren op de voorzichtige golven. Hier en daar is een lichtpunt te zien van huis, auto of vuurtoren. Het maakt niet uit.

Maar waarom nu intrigeert deze foto? Omdat het een schilderij lijkt. Dat komt door het vloeiende, bijna geschilderde licht van de horizonlijn in sneeuw. Nog meer komt het door de lijntjes maneschijn op het water. Als je het zou schilderen, moet je het zo doen. streepje voor streepje, tot het licht dooft, voor je voeten.

Het is zo mooi en zo sereen gefotografeerd en zo mooi georkestreerd, dat je zou zweren dat het een schilderij is. En daar waar fotografie terugkeert bij waar het uit voortkomt, is de cirkel rond. Daar hoeven we geen conclusies aan te verbinden, hooguit dat fotografie af is. 

Dat is echter geen advies aan Misha de Ridder. Hem adviseren we vooral door te gaan met zijn 'schilderwerk', ik kom graag kijken. 

Kan nog een week, in FOAM in Amsterdam.

21 August 2011
By on 14:26
Gewetenloos grijpgraag gajes

Redactielokaal-van-nova Met krachtige windstoten en stevige slagregens omploegde de voorzienigheid het veld van muziek in Hasseltse venen. Het vluchten voor leven was niet voor elk even succesvol, de helaasheid gebiedt te zeggen dat er te veel zerkteksten gebeiteld moeten. Vijf nu.

Krachtige windstoot deed plots werk. Zo plots, dat niemand hier werkelijk op voorbereid kon zijn, laten we het een wrange speling van het lot noemen. Die treft soms. En vaak is dat een gruwelijk voorval dat lang blijft hangen, hoe dichter bij.

Maar niet iedereen ziet het kniezen, het reflecteren, het rouwen direct zitten. Op het moment dat het Pukkelpopse slagveld, geheel verlaten, maar een beetje herbegaanbaar was, stonden ze alweer klaar. De kraaien, de aasgieren, al hebben deze dieren nog enig recht van handelen; de natuur.

Pukkelpopse achtergelaten tentjes waren niet veilig voor hen die uit zijn op snelle buit. het leegroven van de stoffen iglootjes – voor zover deze nog stonden – was een te mooie buit om te laten lopen. Rampcriminelen sloegen direct toe. De velden koud verlaten, de rampplek nog niet geruimd en daar gingen ze.  

Wat ik mij dan afvraag, is hoe zoiets aan de keukentafel wordt besproken: 'Komaan, we moeten nu snel gaan voor de beste spijkerbroeken, de halve flessen wodka en MP3-spelertjes als weg zijn. Wat? Vijf doden? Kan mij het schelen. Ik moet snel mijn kapitaal bij elkaar vergaren. Hier en nu.' 

Zieke geesten heb je, houd je. Maar wat nu als daar een gradatie in dreigt te ontstaan?

20 August 2011
By on 13:07
Scheefst

Blokjes

Grauwe morgen, in dauwe klamheid, onttrekt de lust tot aanwezig zijn. Zittend aan de rivier en overkijkend tot het rood zichtbaar is. Roder rood.

Pluspunter is van meeproeverij tot normzaak. De geschoten draak nahijgt een korte stonde tot voorbije taak. Kreupel, stuiptrekking, angste ogen. Weldra verlost.

Uitbuiterij van andere snit, gaf krimp en verhoogde genoemde norm tot onwerkelijk en onhaalbaar.

Aan het pad staat de jager, met buit in de tas, en trekt een veer recht. Ontladen of herladen. Duurde kort om tot besef te komen dat afstand onoverbrugbaar was. Indien het gewenste gezocht.

Staat de prooi nu vrij? Is het vizier scherp? Ligt de hagel na? Aan deze zijde is geen twijfel, doch gebonden. Aan de andere zijde is blik, is proef, is smaak.

Maar taalt smaak en smaakt taal?

17 August 2011
By on 22:15
Vlag uit

Studentenleven-rapenburg-2006-cut Elke zoveelste zondag in augustus gaat in Leiden de vlag uit en de kroonkurk van de pils. Voor het slapen gaan nog even de tandjes poetsen en goed slapen. Morgen vroeg dag. Verse aanvoer staat dan op het program. Wat nu is er mooier aan een product dan wanneer het kakelvers is? 

In de morgen vroeg opgestaan en het bankstel op straat. Liefst in de steeg tussen station en binnenstad, want daar komen ze in kolonnes vanuit de trein aangetuft, nog kamerloos, nog blossig om de kaken, maar voor vrijdag is dat wel voorbij.

Leidse introductiedagen. Geen enkele student maalt erom dat binnenkort de studiedruk in klinke zin weer toornt boven de lessenaar. Geen jongeling die het boeit dat er over een tijdje weer nachten worden doorgehaald omdat je binnen vijf jaar door je studie heen moet zijn omdat anders de bestuurders die zelf zeven, acht of negen jaar mochten studeren jou een forse boete aan je zandkleurige broek plakken. 

Nee, nu is het vlees en vis tegelijk: verse kipjes. En wat ruiken ze fris, appels, limoentjes, een enkele aardbei. En wat hebben ze een strakke kopjes en een heerlijke zachte blonde staart aan 't koppie en oh wat klinken ze nog zacht. Dat is wel wat anders dan die doorgehoeste whiskywijven die na een jaar soosen jou de levenszucht via je zwellichaam uit je lijf zuigen. Een golfbal door een tuinslang. Toef!

Hun wangetjes zijn ook nog zo zacht en ze kunnen nog helemaal niks. De handtekening op hun vwo-diploma is koud droog, net als daarachter de lelletjes van de oortjes, daar waar ze het frist van fris ruiken. Weer toef!

En jij gaat ze Leiden laten zien. Overdag. En in de avonden sleur je ze door de stad, langs je kroeg, je soos, langs je medegenoten die ook sleuren met hun frisse buit. En jij laat de jouwe zien. En horen. Wat zal het jou kunnen schelen als er een incidentele 17-jarige met een andersgekleurd polsbandje rondloopt. Dan haal jij toch de jajem? Was je toch al van plan. Hoe eerder ze op sterk water staan, hoe harder ze branden. In jouw kajuit. 

En in de morgen zeggen ze dag en gaan ze naar hun groepje. Dat heeft haar gemist en haar spulletjes keurig in de centrale slaapzaal bewaart. Alwaar het dagen zal liggen verstoffen. De geur wordt al wat muffer, de okseltjes wat sleetser, de wallen vallen, de lelletjes schilferen. Het is ouwe cola na een avond, met de kracht eraf. En vanavond weer en morgen en overmorgen en dan maar hopen dat je een kamer hebt.

Was het maar vast volgend jaar augustus. Verse waar!

15 August 2011
By on 19:23
Als vee

India-bus Vooropgesteld dat ik weet dat in de wereld van gratis alles wordt misbruikt tot het stuk is en alles wat te duur is tot afgunst leidt. Zo bezien, was de strippenkaart precies zo duur als nodig. Voldoende om het idee van waarde te hebben en goedkoop genoeg om hier en daar een stempel te halen.

Dat er vanuit de staatsruif centen bijmoeten, is evident. En niet bezwaarlijk. De nutsfunctie van staatsinmenging is een groot goed, slechts met een sterke staatsvinger in de collectieve pap, kun je rijkdom naar behoren verdelen. Als we de markt erop loslaten, wordt het een mooie puinhoop waar ik mogelijkerwijs niet eens zoveel slechter zou worden, maar mijn buren, mijn studenten, mijn uitkeringsklanten en mijn landgenoten in algemene zin wel. Daarom ook werk ik niet bij een graaitoko die alleen vanwege bonussen en dividend bestaat. Dat laat ik aan de dasjes over.

Maar zie, de rechterkant van het land heeft beslag op de scepter weten te leggen en zwaait hier vervaarlijk mee. Een fors 'Ai' zucht door het land. Eraan toegevoegd: 'Zuur.'

Zuur vanwege de krimp op cultuur? Niet perse. Dat mag best wat minder qua ruif, maar geef wel de tijd om alternatieven te vinden. Staatskunst is geen kunst maar gesubsidieerde bezigheid. In die zin best bespreekwaardig.

Nee zuur. Zuur vanwege twee ingrijpen. De ene is de sociale werkplaats, daarvan moet elke roodbebroekte blazer van een dixielandorkest met z'n rotaryklauwtjes vanaf blijven. Het andere is de collectiviteit van het openbaar vervoer. Natuurlijk is het geen pretje om met het belvolk in een kleine ruimte te moeten verblijven wachtend op aankomst op de plaats van bestemming. En natuurlijk zit ik niet graag in een viertje met vier klerken die tassen vol niks meesjouwen en mij daarvan aanstootsgewijs deelgenoot maken. Natuurlijk is het geen pret om tegen zure koppen van mislukking aan te kijken omdat men nu eenmaal vergeten is de mavo af te maken. En natuurlijk hekel ik het rondslepen van kindergrut op incourante tijden.

Maar hee, die mensen moeten ook ergens heen. En minder ruimte voor bus en trein betekent niet minder reizen, maar vollere reisstellen en laat ik daar nu net even een hekel aan hebben. Anders was ik wel in India gaan wonen.

Ik gisp Den Haag om zijn besturing, niet om zijn bewoning. Dat doe ik sans rancune. 

 


By on 18:35
Laatste school

IMG_1864 Na een week klerken, is het goed eens niet te vleeslusten aan een schaal bitters met kraagglazen pils, maar de ruime omgeving van het werkpaleis te omzwerven. Ondanks de gruwele overdrukte, heeft Amsterdam voldoende pluspunten. Zelfsook aan de noordkant van het spoor, Spaarndammerbuurt geheten.

Geen betere of aangenamere wijze een stad te doortrekken, dan vanaf de randen ervan. Het opbouwen van een industrie, langs lange lanen, tot aan de eerste woonblokken en dan voort, 's richtings centrum. Zoveel meer is er te zien wanneer het vierwielig benzinemonster wordt thuisgelaten. 

Onder het spoor door, openbaart zich de Zaanstraat. Voorzichtige opmaat van de woonstad die ze in de rest van Nederland soms nultwintig noemen. Rechtsafslaand, na rechtsafgeslagen te zijn, ontvouwt zich de Zaanstraat, met arbeidersarchitectuur en strak geschilderde kozijnen. De straat is eenzijdig bebouwd, de overkant is spoor.

Na een paar blokken doemt de gewelfde baksteencultuur op die kenmerktend glooiend langs de laatmiddagzonnige straatkant kabbelt. Welving. Prachtig. De lange zijde van Het Schip uit 1920 langslopend wordt de ene verbazing naadloos gevolgd door de volgende. Rondom gelopen, gekeken, geknipt.

Het Schip zal bij velen bekend zijn als de bakstenen spits die vanuit de intercity tussen Amsterdam en Sloterdijk is te zien, mits aan de goede kant gezeten en gekeken. Maar de subtiliteit ervan wordt pas ervaren als de geur van de baksteen, de glooiing van de voeg en de zachtheid van de natuurstenen lateien van dichtbij worden geproefd.

Elk detail is met grote zorg omgeven, een eenheid bestaande uit veel verschillende onderdelen, in wulpse vormen gesmeed, gemetseld, gesplepen. Dat heeft Michel de Klerk mooi voor elkaar weten te boksen. En niet alleen daar, ook belendend is er veel moois te zien, van zijn hand, inclusief het parkje dat meer een luxe perkje is. Als ik ergens iets in de arbeidersklasse zou moeten huren, was het hier.  

Bloedstollend mooi, net zo mysterieus als de schoonheid van een mooie vrouw. Loop er omheen en ontdek op elke plek een nieuw wonder. De perfecte vrouw bestaat, ze heet Het Schip en woont permanent in Amsterdam, naast het spoor.  

13 August 2011
By on 10:21
Van tot zover naar nu

EndlessStaircaseII_web Lelijke kringen op een veelvuldig aangezette tafel, muffe geuren van laat bier, een doffe bitterbal met een halfkrokante beet van eens vers. Vrolijk wordt men er niet van. Dat was wel anders in de tijd.

En terugkomen blijven we. Dat komt niet omwille de gastvrijheid, soms wel, toch niet de omgeving en zeker niet de sfeer gemaakt door de diverse beeldschermen met afwisselend jaren 80-pop en blootlijvige ar-en-bee. De entree is dubbeldeur met weinig toegang tot minder hoop, de trap naar onder zonodig nog onuitnodigender en continu glad van wat?

De melancholicus zal altijd roepen dat het daar en toen beter was, de realist zal het ten stelligste ontkennen terwijl de depressieveling langdurig met het hoofd gebogen de vilten vierkanten bestudeert: 'Dus Duvel is van 1871?' Hier en daar bestelt een groep een onduidelijke daghap. Buiten reed de tram, waar de rails nu stevig zijn verroest.

Zo zonnig is een blik in het ravijn, dat daar de enige plek is waar je nog wilt vertoeven. Duik!

 

10 August 2011
By on 22:56
Rant and rave

3ed5ta30 Stapels truien met capuchons liggen in de Londense winkels te wachten op een nieuwe eigenaar. Deze is rond de 20, niet-opgeleid, werkloos en altijd in voor een verzetje. En met een capuchon om de kruin lukt dat vanzelfsprekend extra-de-luxe.

Het oppakken van wie er zich nu zo schofterig aan het misdragen is in de pre-olympische hoofdstad van Elisabeth de tweede niet heel moeilijk. Geweld is een staatsmonopolie en grondrechten een groot goed, maar in tijden van oorlog zet je New Model Army in. Nu is het oorlog en mogen belangrijke door burgers voorgevochten wetten een tijdje de koeling in. Daar heb ik geen moeite mee. Ook de inzet van gespecialiseerde eenheden als het leger is eenmalig veroorloofd. Leg de rubber kogels maar een uurtje in de vriezer; worden ze lekker hard van.

Natuurlijk overgrenzen we nu een norm. Maar wie de eerste kiezel werpt, mag een van staatswege gebakken betontegel terug verwachten. 

Dempt zo'n capuchon een beetje?

9 August 2011
By on 19:03
Gewaarschuwd mens

10988 Indertijd was ik niet ongelukkig met de komst van de euro. Weliswaar was ik niet om een mening gevraagd, maar hee, dat is democratie. Heb ik geen bezwaar tegen. Beslissingen met collectieve gevolgen, moet je nu eenmaal niet inspraakgevoelig maken. Voor je het weet doe je veertig jaar over de aanleg van een stuk snelweg van 7 kilometer.

Dus die euro kwam er. En ik kocht van mijn laatste biljet van 25 gulden een cd die nu niet eens meer in de buurt van de la van mijn cd-speler mag komen. In dat getal 25 zit veel opgesloten.

Het aankijken van de biljetten leverde weinig enthousiasme op. Ook de achterkant was een staaltje van compromissen sluiten en leverde dus lelijk grafisch werk op. Eerlijk gezegd is de euro gewoon spuuglelijk. Niemand echter die daar acht op sloeg, we hadden net een wonderlijk staaltje europakunde uit het machien getrokken. Rijkdom lag voor ons.

Een euro voor 2,20371 gulden. Als ezelsbruggetje hielden we aan dat 4,50 euro een oud tientje was. We doen het soms nog. Tien jaar na dato weten we dat we de gulden te goedkoop hebben verkocht.

De euro lag daar te glimmen op mijn tafel; zilver binnenwerk, goud randje, grote 1 op de voorkant en het betonnen kapsel van majesteit op de achterkant. De biljetten waren van dezelfde lelijke snit, maar elk land had wel een eigen munt. Rare zaak. 

Die euro bood mij slechts  een relatief voordeel. Als ik op vakantie naar Frankrijk zou gaan, liever niet, maar da's een ander verhaal, hoefde ik in Belgie niet nog een paar honderd frank te trekken voor een friet in 't kot met een kloeke pils erbij. Groot was mijn enthousiasme gedurende een dag in het jaar. Nou goed, twee. Er was ook een thuisreis.

Ik kreeg door dat er iets niet klopte op het moment dat ik voor een euro niks meer kreeg dan voor een gulden, maar dat mijn salaris wel met bijna de helft afnam. Gelukkig was het in een periode dat mijn inkomsten ongeveer even hard stegen als daalden en per saldo merkte ik er dus niks van. Ofwel, ik verdiende twee keer zoveel en kon er niks meer van kopen.

Maar toen werd het 2009, 2010 en 2011 en zakten we gezamenlijk door een veel te dunne ijsvloer. Niemand hoef ik nog te vertellen dat Noord voor het falen van Zuid betaalt en hoe het zit. Ook hoef ik niet te spreken over sociale ongelijkheid, corruptie en ander overheidsingrijpen. Dat is inmiddels volkomen bekend. Samen met de dollar duiken we een nieuwe crisistijd in die morgen begint. Ik geloof dat 8/8 2011 bekend zal komen te staan als een dag waarop er weer veel op zwart ging, met vooraanstaan van beurskoersen. Wie morgen op Wall Street voor de lol de opening van de beursdag mag inluiden, is iemand waar we in het cabaretcircuit nog lang plezier van zullen hebben. Of waren het de smurfen?

En zeg nu niet dat we het niet hebben zien aankomen. Minister De Jager gaf gisteren te kennen er bovenop te zitten. Dat is mooi, dat is namelijk zijn werk en geen geruststelling. Wat ik voorts graag van hem verneem is wanneer hij ons redt en de terugtrekking uit de dode munt aankondigt. En zeg nu niet dat het niet kan; PIGS kan het heel goed zelf oplossen. Ze konden toch ook heel goed landjespelen in de periode voor de EU?

Graag zou ik de etalage zien van een museum in numismatieke werken. Zal daar een rijtje euro's komen te liggen met een bordje erbij: 'Dit was een mislukt experiment van Europa dat in tien jaar tijd velen aan de bedelstaf heeft gekregen; 2002-2012.'

7 August 2011
By on 14:41